Synoniemen
hanenpoot 5 definities op Encyclo
- (touw) Vanuit één punt uiteenlopende touwen, waardoor de trekkracht van een lijn over een afstand wordt verdeeld.
- 1> overgang van één verbinding naar twee (of meer) verbindingen. Ook spruit genoemd. Men vindt dezen ondermeer aan de gaffel van een zeil of aan visnetten . Zie ook kneppeltouw . Tegenwoordig waarschijnlijk als hanenpoot geschreven. Peter Dorleijn , Van gaand en staand want, deel 1, Enkhuizen. Uitg. Van Kam...
- Loodrechte palen of koningen die gesteund worden door 1, 2 of (meestal) 3 schoorpalen en slechts daarin van een dukdalf verschillen dat deze schoren niet symetrisch zijn geplaatst nl. zo dat de zijde die naar het vaarwater gekeerd is niet gesteund wordt. (MARDOC)
- Uithouder aan masttop, ook galg genoemd.
- VOC - Zeilen en tuigage: vanuit één punt uiteenlopende touwen, waardoor de trekkracht van een lijn over een afstand wordt verdeeld.
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
hanepootOp andere websites
Zoek hanepoot in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek hanepoot op
Google
Zoek hanepoot op
Woordenlijst.org
Zoek hanepoot in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek hanepoot op
Wikipedia