hacken

werkw.
Uitspraak:  ['hɛkə(n)]
Vervoegingen:  hackte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehackt (volt.deelw.)

inbreken in iemands computer of smartphone computers
Voorbeelden:  `Haar telefoon was gehackt, de details van haar gesprekken stonden in de krant.`,
`poging om een twitteraccount te hacken`

© Kernerman Dictionaries.

11 definities op Encyclo
  • inbreken in iemands computer vb: de computers van de ABN zijn kortgeleden gehackt Synoniem: kraken
  • Het vaak op creatieve wijze zoeken naar gaten in of nieuwe mogelijkheden van een systeem. Meestal houden hackers zich bezig met technologie, maar ook het menselijk gedrag...
  • inbreken op de computer van een ander. Hackers tonen voortdurend aan dat de meeste computerbeveiligingen absoluut niet deugen
  • Term gebruikt voor het inbreken in computers of computernetwerken door het omzeilen van beveiligingsmaatregelen. Personen die hacken worden hackers genoemd.
  • Op afstand inbreken in computers of computernetwerken via internet. De doelen variëren van vandalisme tot georganiseerde misdaad. Hackers richten zich meer en meer op pa...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    hacken