grauwachtig

bijv.naamw.
Verbuigingen:  grauwachtiger
Verbuigingen:  grauwachtigst

ongezond, grijs
Voorbeeld:  `Alleen de volle mistbanken die hier en daar op het natte veld lagen, schenen werkelijk buiten hem te bestaan, grauwachtige vegen nog, door de vroegte, maar ook zij werden doorschijnend en verdwenen zodra hij naderbij kwam. (uit: Een vriend van verdienste van Thomas Rosenboom)`


Bron: WikiWoordenboek.