• met gouden balken (=met een hypotheek (met lening)) • met een gouden hengel vissen (=door bedrog zijn doel halen) • koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven) • iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen) • het gouden kalf aanbidden (=zeer veel hechten aan rijkdom.) Toon alle 17 spreekwoorden die goude bevatten