I gipsen

werkw.
Verbuigingen:  gipste
Verbuigingen:  gegipst

met gips bestrijken, bestrooien of behandelen


II gipsen

bijv.naamw.

van gips vervaardigd


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. met gips bepleisteren: ook toegepast om gipsen ornamenten en plafondprofielen van gips te 'verlijmen'.
  2. met gips bepleisteren: ook toegepast om gipsen ornamenten en plafondprofielen van gips te 'verlijmen'.
  3. gemaakt van gips vb: in de hal stond een gipsen beeld
  4. 1) Kalken 2) Pleisteren 3) Van zeker materiaal
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gipsen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `gipsen`.