de geplogenheid

zelfst.naamw. (v.)
Verbuigingen:  geplogenheden

(''in België'') datgene wat men pleegt te doen
Voorbeeld:  `Dit was al vele jaren een geplogenheid.`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. •datgene wat men pleegt te doen.
  2. Belgisch Nederlands (meestal mv.) gewoonte, gebruik, usance
  3. gewoonte, gebruik
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
geplogenheid (gewoonte, gebruik)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 8% van de Nederlanders en 69% van de Vlamingen het woord `geplogenheid`.