gebiologeerd

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xəbijolo'xert]

erg geboeid
Voorbeelden:  `gebiologeerd zijn door iemands uiterlijk`,
`gebiologeerd naar een televisieprogramma kijken`

© Kernerman Dictionaries.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 89% van de Vlamingen het woord `gebiologeerd`.