het garnizoen

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  garnizoenen
Verbuigingen:  garnizoentje

1) de bezettende macht van stad of vesting en alle personen die daarbij horen
Voorbeeld:  `Het verdwijnen van het garnizoen was een teken dat de bezetting was opgeheven.`

2) een legermacht met een stad of vesting als thuisbasis
Voorbeeld:  `Amersfoort, Breda en Utrecht zijn garnizoenssteden en zijn voor het garnizoen de thuisbasis.`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zaaks)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 bezetting, manschap in steden, bijzonder vestingen. Garnizoneren, in bezetting leggen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), bezetting (eener stad of vesting), ingelegerd krijgsvolk. ~SDIENST, v. (-en). ~SKERK, v. (-en), kerk waarin godsdienstoefenin...
  3. vaste standplaats van een legerafdeling vb: het garnizoen van mijn broer is in Amersfoort
  4. Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Garnizoen`` 1o. Standplaats eener troepenafdeeling. 2o. De troepenafdeeling zelve, de bezetting. Garnizoensbataillons, garnizoensk...
  5. 1) Bezetting 2) Deel van een leger 3) Legerafdeling 4) Legeronderdeel 5) Militaire standplaats 6) Soldatenverblijf 7) Standplaats van militairen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met garnizoen:
garnizoensstad

Herkomst volgens etymologiebank.nl
garnizoen (legerafdeling, bezetting)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 88% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `garnizoen`.