de ganzerik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['xɑnzərɪk]
Verbuigingen:  ganzerik|en (meerv.)

1) plant of struik met gele, soms rode bloemetjes
Voorbeeld:  `Bepaalde soorten ganzeriken zijn populaire tuinplanten.`
Synoniem:  gent

2) gans van het mannelijk geslacht

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Wat is de juiste meervoudsvorm van ganzerik, is het ganzeriken of ganzerikken? Zie ganzeriken / ganzerikken

14 definities op Encyclo
  • Potentilla **, ganzerik • blaasmijn, zonder spoor van een begingang => 2 • gangmijn, al dan niet overgaand in een blaas => 4 • vlekmijjn; larve in lapjeszak...
  • (Genus Potentilla) -Ganzerik- Volledige wetenschappelijke naam: Potentilla L. Opm. De 'geslachten' Potentilla, Fragaria, Comarum en Duchesnea moeten eigenlijk tot 1 gesla...
  • Oude term voor een mannelijke gans
  • [geslacht] - Ganzerik (Potentilla) is een plantengeslacht uit de rozenfamilie (Rosaceae) van kruidachtige planten en een aantal heesters. Het geslacht telt ongeveer vijf...
  • Lat: Potentilla atrosanguineaFamilie: RosaceaeInfo: Veelzijdig bruikbare, rijkbloeiende planten met aardbei-achtig blad. Geschikt als bodembedekker.Kleur: zwartachtig sch...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. ganzerik (mannetjesgans)
    2. ganzerik (roosachtig plantengeslacht, zilverschoon)