fiksen

werkw.
Uitspraak:  ['fɪksə(n)]
Vervoegingen:  fikste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefikst (volt.deelw.)

zorgen dat (iets) lukt informeel
Voorbeelden:  `Die klus fiksen we wel even.`,
`We dachten dat we uren vertraging zouden oplopen, maar het was al met al binnen een half uur gefikst.`
Synoniemen:  voor elkaar krijgen, klaarspelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flikken goedmaken herstellen klaarspelen maken rechtzetten repareren voor elkaar krijgen

4 definities op Encyclo
  • in orde brengen Jaar van herkomst: 1954 (De Vooys )
  • iets klaarspelen; iets regelen
  • voor elkaar krijgen vb: Moet je band geplakt worden? Dat fiks ik wel even voor je. Synoniemen: lappen klaarspelen
  • 1) Bedisselen 2) Flikken 3) Goedmaken 4) Herstellen 5) In orde brengen 6) In orde maken 7) Klaarspelen 8) Leveren 9) Maken 10) Managen 11) Matsen 12) Rechtzetten 13) Rege...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fiksen (in orde brengen, regelen)