fietsenrekkie

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  fietsenrekkies
Verbuigingen:  fietsenrekkietje

1) gebit waarin enkele tanden ontbreken
Voorbeeld:  `Zo kan het gebeuren dat iemand met eens een gaaf bekkie al vrij snel rondloopt met een verwoest fietsenrekkie.`

2) gebit met grote tussenruimte tussen de tanden
Voorbeeld:  `De tandarts gaf aan dat de kies er uit moet, met als gevolg dat ik een gat in mijn fietsenrekkie krijg`

3) ''(eigenlijk)'' klein rek om fietsen te parkeren
Voorbeeld:  `En die schouder ging uit de kom, omdat die lamlul op z'n zeventiende soepeltjes over een fietsenrekkie dacht te kunnen springen.`


Bron: WikiWoordenboek.