fezelen

werkw.
Afbreekpatroon:  fe - ze - len
Vervoegingen:  fezelde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gefezeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zachtjes praten;
fluisteren (België)
Voorbeeld:  `Het fezelen van het groepje mannen op de gang wordt steeds luider.`
Synoniemen:  zacht spreken, vezelen

2) op bedekte wijze vertellen of rondvertellen;
roddelen (België)
Voorbeeld:  `Twee collega's staan bij de koffieautomaat te fezelen over hun chef.`


2 definities op Encyclo
  1. 1) Fluisteren 2) Fluisterend praten 3) Smoezen
  2. zachtjes praten; fluisterend spreken; fluisterend kletsen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fezelen = vazelen (fluisteren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 17% van de Nederlanders en 79% van de Vlamingen het woord `fezelen`.