fataal

bijv.naamw.
Uitspraak:  [faˈtal]

met een zeer ernstige afloop
Voorbeelden:  `de fatale klap`,
`Een nieuwe hartaanval werd hem fataal: hij overleed een dag later.`
Synoniem:  noodlottig

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dodelijk fnuikend noodlottig rampzalig tragisch

12 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 ongelukkig, noodlottig. Fataliteit, wederwaardigheid, onheil. Fatalismus, leer van een onvermijdelijk, blind nootlot. Fatalist, een aanhanger de...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (...aler, -st), nootlottig, heilloos. *...TALITEIT, v. (-en), voorbeschikt ongeluk; ramp.
  3. noodlottig
  4. wat slecht afloopt vb: die borrels werden hem fataal dat werd hem fataal [daardoor liep het slecht met hem af]
  5. •noodlottig
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fataal (noodlottig)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `fataal` kennen.