de fantasieloosheid

zelfst.naamw. (v.)

het fantasieloos zijn
Voorbeelden:  `De fantasieloosheid van de oude leraar zorgde ervoor dat de leerlingen zich verveelden.`,
`Helaas is de fantasieloosheid van de ouders teveel voor het creatieve meisje en liep ze van huis weg op weg naar haar droomkasteel.`


Bron: WikiWoordenboek.