het familiegoed
zelfst.naamw.
1) gebouw dat in het bezit van een familie is 2) zaken die in het bezit zijn van een familie;
erfelijke bezit Bron: WikiWoordenboek.
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de familiegoed' of 'het familiegoed'?
Het is 'het familiegoed', want familiegoed is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat familiegoed'.
Wat betekent familiegoed?
'gebouw dat in het bezit van een familie is' en 'zaken die in het bezit zijn van een familie;
erfelijke bezit'
Hoe spel je familiegoed?
familiegoed spel je F A M I L I E G O E D Op andere websites
Zoek familiegoed in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek familiegoed op
Google
Zoek familiegoed op
Woordenlijst.org
Zoek familiegoed in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek familiegoed op
Wikipedia