faken
werkw.
| Uitspraak: | ['fekə(n)] |
| Afbreekpatroon: | fa·ken |
| Vervoegingen: | fakete (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft gefaket (volt.deelw.) |
namaken of nabootsen met de bedoeling echt te lijken | Voorbeeld: | `vrouwen die een orgasme faken om hun partner niet teleur te stellen` | |
| Synoniemen: | voorwenden, doen alsof |
3 definities op Encyclo
- 1) Doen alsof 2) Namaken 3) Vervalsen 4) Verzinnen 5) Imiteren
- iets voorwenden; doen alsof
- veinzen, voorgeven, voorwenden
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met faken:
•
fakenieuwsHerkomst volgens etymologiebank.nl
fakenVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van faken?
De verleden tijd van faken is 'fakete'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gefaket'.
Wat betekent faken?
'namaken of nabootsen met de bedoeling echt te lijken'
Hoe spel je faken?
faken spel je F A K E N Op andere websites
Zoek faken in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek faken op
Google
Zoek faken op
Woordenlijst.org
Zoek faken in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek faken op
Wikipedia