de fagot

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [faˈxɔt]
Verbuigingen:  fagot|ten (meerv.)

lang (ruim 2,5 m) houten blaasinstrument dat door een dubbel riet wordt aangeblazen en lage bastonen geeft
Voorbeeld:  `sonate voor fagot en cello`

© Kernerman Dictionaries.

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 een muzijkinstrument; een uit twee of meer stukken zamengestelde basson, of basblaas-instrument. Fagotist, die dat instrument bespeelt
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ten), soort blaasinstrument; takkebos. ~TIST, m. (-en), fagotblazer.
  3. • [muziekinstrument] een houten blaasinstrument met dubbelriet.
  4. 1) Basinstrument 2) Baspijp 3) Basson 4) Blaasinstrument 5) Houten blaas muziekinstrument 6) Houten blaasinstrument 7) Houten blaasinstrument met dubbelriet 8) Houtblazer...
  5. [Muziek] blaasinstrument met een zachte warme klank
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fagot:
fagottenfagottistfagottisten

Deze woorden eindigen op fagot:
contrafagot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fagot (houten blaasinstrument)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `fagot`.