de faam

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [fam]

waardering van veel mensen door iets dat je hebt gedaan
Voorbeelden:  `je faam als publiekstrekker waarmaken`,
`wereldwijde faam maken`
Synoniemen:  roem, vermaardheid

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
naam reputatie roem roep

Spreekwoorden en zegswijzen
• te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. gerucht
  2. Term uit de oudere literatuurgeschiedschrijving voor de roep, de goede naam - afgeleid van de gelijknamige godin die de daden der helden uitbazuint - van een schrijver. D...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] (in de fabelleer.) godin die de daden der helden uitbazuinde; (in de dichtkunde.) naam, vermaardheid; ter goeder naa...
  4. reputatie, roem Jaar van herkomst: 1250 (CG II 1 Trist. )
  5. heel bekend zijn vb: hij geniet faam als hardrijder Synoniem: roem
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op faam:
infaam

Herkomst volgens etymologiebank.nl
faam (reputatie; roem)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `faam`.