encrypten

werkw.
Afbreekpatroon:  en - 'cryp - ten
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  encryptte (verl.tijd )
Vervoegingen:  geëncrypt (volt.deelw.)

bestand coderen computer
Voorbeeld:  `bij het electronisch betaalverkeer maakt men gebruik van encrypten`
Antoniem:  decrypten
Synoniem:  versleutelen van gegevens