dubbelfocus

bijv.naamw.
Uitspraak:  [dʏbəlˈfokʏs]

(van een brillenglas) met een bovenstuk om in de verte te kijken en een onderstuk om te lezen
Voorbeeld:  `dubbelfocus contactlenzen dragen`
Antoniem:  multifocaal
Synoniem:  bifocaal

© Kernerman Dictionaries.