drillen

werkw.
Verbuigingen:  drilde
Verbuigingen:  gedrild

1) oefeningen doen, exerceren op harde wijze, africhten
Voorbeeld:  `Deze lerares drilde de leerlingen zodanig dat ze op het examen geen fouten meer konden maken.`

2) boren (van het Engels)

3) schudden, trillen
Voorbeeld:  `toen hij de pot met pudding op tafel zette, stond die nog geruime tijd na te drillen`


Bron: WikiWoordenboek.

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 eigenlijk ronddraaijen; vervolgens een gat boren, bij de smeden en andere werklieden gebruikelijk; fig., in den wapenhandel oefenen: het krijgsv...
  2. Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Drillen`` Rekruten D., ze tot soldaat vormen; tegenwoordig geschiedt dit bijna overal door de officieren en onderofficieren, die t...
  3. een schip door middel van een lier of kaapstander verhalen, door een ondiepte trekken of de werf opdraaien. Deze 17de eeuwse term is in onbruik geraakt. Tegenwoordig spre...
  4. 1) Africhten 2) Boren africhten 3) Dresseren 4) Dresseren (militairen) 5) Oefenen 6) Streng africhten 7) Volgens strenge regels africhten
  5. woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) zwaaien.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. drillen (in rijen zaaien)
  2. drillen (schudden, trillen; africhten, oefenen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `drillen`.