I donderdags

bijwoord

op donderdagen
Voorbeeld:  `We gaan donderdags meestal winkelen.`


II donderdags

bijv.naamw.

op de donderdag betrekking hebbend
Voorbeeld:  `Lekker onbezorgd een donderdags terrasje doen in Leuven!`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Donders
  2. op donderdag plaatsvindend; op donderdag verschijnend; ook: op iedere donderdag plaatsvindend; op donderdag gebruikelijk
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met donderdags:
donderdagsavondsdonderdagsmiddagsdonderdagsmorgensdonderdagsnachtsdonderdagsochtends