doft als dialectwoord
bank in roeiboot of op een wagen (Westfries)  

9 definities op Encyclo
  • (1) (Roei)bank dwars in een (open) boot. Soms bevinden zich daaronder luchtkasten of watertanks. (2) Dwarsscheepse schot of plank. Zie ook Treedoft en Zeildoft.
  • [Bargoens, boeventaal] knap, netjes. Dofte flep (goede papieren).
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] wachthuis
  • 1) Deel van een schip 2) Docht 3) Roeibank 4) Deel van een boot 5) Deel van een roeiboot
  • 1> in het algemeen een horizontale plank met redelijke breedte, die gebruikt wordt om op te zitten of op te kunnen staan. Ook als docht , dogt en dost bekend. Zie ook achterdoft , langsdoft , mastdoft , roeidoft , treedoft , voordoft , zeildoft . 2> dwarsscheepse plank waar de mast steun van heeft. Zie mastdo...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op doft:
zeildoft

Herkomst volgens etymologiebank.nl
doft (roeibank)

Op andere websites
Zoek doft in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek doft op Google
Zoek doft op Woordenlijst.org
Zoek doft in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek doft op Wikipedia