denken aan

werkw.
Uitspraak:  [ˈdɛŋkə(n) an]
Vervoegingen:  dacht aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedacht aan (volt.deelw.)

1) in gedachten hebben
Voorbeeld:  `Ik denk aan de tijd dat we nog kinderen waren.`
iemand aan iets doen denken  (het beeld van iets oproepen bij iemand) `Zijn jasje doet me denken aan een clownspak.`

2) niet vergeten
Voorbeeld:  `Denk je aan onze afspraak van morgen?`

3)
Ik denk er niet aan!  (dat doe ik zeker niet)

© Kernerman Dictionaries.