de decharge

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [de'ʃɑrʒə]
Verbuigingen:  decharge|s (meerv.)

1) opheffing van een bepaalde verantwoordelijkheid
Voorbeeld:  `de penningmeester decharge verlenen nadat zijn jaarrekening goedgekeurd is`

2) vrijspreking van schuld juridisch
getuige à decharge  (getuige die zegt dat de verdachte minder of niet schuldig is) `Getuigen à decharge worden opgeroepen door de verdachte of zijn advocaat.` Antoniem: getuige à charge

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Fr., de ontlading, lossing, verligting; kwitantie, kwijting, getuigenis van goed bevondene rekening; (krijgsk.) afvuring. Dechargeren, af- of on...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. ont-, opheffing, vrijspreking; ontlading, losbranding (van vuurwapenen); [in het rechtswezen, bij de rechtsbedeeling] ) handlichting...
  3. Nederlandsche handelswoorden uit het Frans (1914): kwijting ontheffing.
  4. 1) Kwijting 2) Ontheffing 3) Ontlading 4) Ontlasting 5) Opheffing 6) Schuldbevrijding 7) Vrijstelling
  5. ontheffing Jaar van herkomst: 1618 (WNT vermaan )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met decharge:
dechargeerdechargeerdedechargeerdendechargeertdechargeren

Deze woorden eindigen op decharge:
à decharge

Herkomst volgens etymologiebank.nl
decharge (ontheffing, ontlasting)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 85% van de Nederlanders en 75% van de Vlamingen het woord `decharge`.