het dagticket

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  dagtickets

kaartje dat één dag geldig is (in vergelijking met een kaartje dat voor een langere periode geldig is)
Voorbeeld:  `De rest van de nacht sliep hij slecht en de volgende morgen bestelde hij een dagticket New York.`


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dagticket` kennen.