crossdressen

werkw.
Afbreekpatroon:  'cross - dres - sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  crossdresste / crossdreste (verl.tijd )
Vervoegingen:  gecrossdresst / gecrossdrest (volt.deelw.)

je kleden naar het andere geslacht
Voorbeeld:  `dat Anne af en toe crossdresst vinden ze daar niet vreemd`
Synoniem:  kleding van de andere sexe dragen