de conciërge

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kɔʃɛrʒe]
Verbuigingen:  conciërge|s (meerv.)

iemand die als beroep op een gebouw past
Voorbeeld:  `de conciërge van een school`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
Beheerder bode koster pedel portier schoolbewaarder

10 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Fr., bewaarder of opziener van een slot of gevangenis
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. en v. (-s), bewaarder, bewaarster, cipier; opzigter, opzigtster; huisbewaarder. ~RIE, v. (...ën), cipierswoning; naam eener gevange...
  3. Een conciërge is een huisbewaarder, toezichter in een gebouw. Dit kan een school zijn of hotel.
  4. iemand die de zorg heeft voor een gebouw vb: de conciërge laat de grote hal schoonmaken
  5. •huisbewaarder, toezichter in een gebouw.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met conciërge:
conciërges

Herkomst volgens etymologiebank.nl
conciërge (huisbewaarder)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `conciërge`.