complementeren

werkw.
Uitspraak:  [kɔmpləmɛn'terə(n)]
Vervoegingen:  complementeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gecomplementeerd (volt.deelw.)

tot een geheel aanvullen
Synoniemen:  completeren, vervolmaken

© Kernerman Dictionaries.