coaten

werkw.
Uitspraak:  ['kotə(n)]
Vervoegingen:  coatte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gecoat (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(een oppervlak) met een laag bedekken door spuiten, sproeien, gieten of verven
Voorbeelden:  `Coaten doe je om een materiaal roestvrij of chemisch resistent te maken of om een laagje aan te brengen tegen beschadigingen.`,
`autouiten coaten met een zonwerende laag`,
`gecoat papier`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. Het bedekken van een oppervlak met een laag van een bepaalde substantie, vooral een laag die erop wordt uitgesmeerd. Categorie: Procédés en Technieken > pro...
  2. Het aanbrengen van een laag witte pigmenten en bindmiddelen op het papier, ter verbetering van bedrukbaarheid en/of helderheid. Er bestaan verschillende manieren van coat...
  3. 1) Insmeren 2) Lakken 3) Van een deklaag voorzien
  4. met een dunne laag (verf) bedekken
  5. van een deklaag voorzien Jaar van herkomst: 1953 (Aanv WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op coaten:
topcoaten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
coaten (van een deklaag voorzien)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 84% van de Nederlanders en 71% van de Vlamingen het woord `coaten`.