de char-à-bancs

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  chars-à-bancs

, janplezier, grote wagen met veel zitplaatsen
Voorbeeld:  `Hij wandelt een gele barouchette en een blauwen char-à-bancs voorbij, die hij onder 't geboomte uitgespannen ziet, als ware 't om menigeen van huns gelijken derwaarts te lokken.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. naam van zeker rijtuig.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
char-à-bancs (janplezier)