cashen

werkw.
Uitspraak:  ['kɛʃə(n)]
Afbreekpatroon:  ca·shen
Vervoegingen:  cashte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gecasht (volt.deelw.)

geld in handen krijgen
Voorbeelden:  `cashen na een week hard werken`,
`Als zij haar bedrijf verkoopt, kan ze flink cashen.`

Zie ook:  cash


3 definities op Encyclo
  • 1) Inwisseling tegen geld 2) Verzilveren 3) Inwisselen tegen geld 4) Geld ontvangen 5) Te gelde maken
  • Dit is wanneer men winst verzilverd door het verkopen van aandelen
  • te gelde maken, geld innen Jaar van herkomst: 1998 (Internet: afz-10.html )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
cashen (te gelde maken, geld innen)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van cashen?
De verleden tijd van cashen is 'cashte'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gecasht'.
Wat betekent cashen?
'geld in handen krijgen'
Hoe spel je cashen?
cashen spel je C A S H E N

Op andere websites
Zoek cashen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek cashen op Google
Zoek cashen op Woordenlijst.org
Zoek cashen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek cashen op Wikipedia