bruisen

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrœysə(n)]
Vervoegingen:  bruiste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebruist (volt.deelw.)

1) (van vloeistoffen) met geluid borrelen
Voorbeelden:  `bruisende golven`,
`bruisende champagne`

2) druk en levendig zijn
Voorbeelden:  `bruisen van energie`,
`een bruisende stad`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
borrelen geborrel gebruis gebubbel mousseren

Intensiveringen
Hoe kun je met bruisen een ander begrip versterken?
bruisen van
Hoe kun je bruisen krachtiger uitdrukken?
bruisen als champagne;

4 definities op Encyclo
  • • [inerg] het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof. •"overdrachtelijk" vol leven zijn •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  • er komen belletjes af en dat hoor je vb: het bier bruiste in het glas bruisen van energie [heel veel energie hebben] een bruisend feest [waar veel gebeurt]
  • borrelen Jaar van herkomst: 1336-1339 (MNW )
  • 1) Borrelen 2) Geborrel 3) Gebruis 4) Gebubbel 5) Geluid van de zee 6) Gisten 7) Hoorbaar schuimen 8) Mousseren 9) Schuimen 10) Zieden
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met bruisen:
    bruisend

    Deze woorden eindigen op bruisen:
    opbruisen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bruisen (hevig borrelen)