broeden op

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrudə(n) ɔp]
Vervoegingen:  broedde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebroed op (volt.deelw.)

goed nadenken over (een plan)
Voorbeeld:  `zitten te broeden op een oplossing`

© Kernerman Dictionaries.