breken met

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrekə(n) mɛt]
Vervoegingen:  brak met (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebroken met (volt.deelw.)

(met iemand) het contact verbreken
Voorbeeld:  `breken met je vader en moeder`

© Kernerman Dictionaries.