de braam

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bram]
Verbuigingen:  bramen (meerv.)

1) eetbare bes van een doornige struik die langs bossen en wegen groeit
Voorbeelden:  `bramen plukken`,
`yoghurt met bramen`

2) uitstekend stukje aan een metalen of glazen rand
Voorbeeld:  `bramen op een mes wegslijpen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
braambes

19 definities op Encyclo
  1. Een kleine beschadiging aan ijzeren gereedschap. Het komt door het slijpen of stoten op een ander hard voorwerp.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...amen), spoor van het slijpen (op een mes of schaar). ~, zekere bezie, brem. ~BEZIE, v. (...ën). -STRUIK, m. (-en). ~BOSCH, o. (...
  3. Rubus, braam • min of meer verbrede gangmijn => 2 • kleine blaasmijn met een vioolvormige uitsnede van ca. 2 mm: Incurvaria praelatella • ondoorzichtige bla...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 baard van gegoten, gevijld of gekapt metaal.
  5. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 spoor van het slijpen op een beitel enz.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met braam:
braam afbraamdebraamsluiperbraamsluipersbraamstruik

Deze woorden eindigen op braam:
kruipbraam

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. braam (oneffen kant aan mes, baard)
  2. braam (vrucht)
  3. braam = brasem (vis)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `braam`.