de braam

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bram]
Verbuigingen:  bramen (meerv.)

1) eetbare bes van een doornige struik die langs bossen en wegen groeit
Voorbeelden:  `bramen plukken`,
`yoghurt met bramen`

2) uitstekend stukje aan een metalen of glazen rand
Voorbeeld:  `bramen op een mes wegslijpen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
braambes

18 definities op Encyclo
  • Een kleine beschadiging aan ijzeren gereedschap. Het komt door het slijpen of stoten op een ander hard voorwerp.
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 baard van gegoten, gevijld of gekapt metaal.
  • Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 spoor van het slijpen op een beitel enz.
  • (Genus Rubus) -Braam- Volledige wetenschappelijke naam: Rubus L. Opm.1 In Nederland worden zo'n 150 soorten onderscheiden in de taxa Rubus fruticosus s.l. en Rubus coryli...
  • zwarte vrucht die uit piepkleine bolletjes bestaat vb: in augustus zijn de bramen rijp oneffen rand aan een schaats vb: er zaten allemaal bramen aan de pas geslepen schaa...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met braam:
    braam afbraamdebraamsluiperbraamsluipersbraamstruik

    Deze woorden eindigen op braam:
    afbraamkruipbraam

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. braam (oneffen kant aan mes, baard)
    2. braam (vrucht)
    3. braam = brasem (vis)