de bouwkundige

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bɑu'kʏndəxə]
Afbreekpatroon:  bouw·kun·di·ge
Verbuigingen:  bouwkundigen (meerv.)

iemand die bouwkunde heeft gestudeerd


1 definitie op Encyclo
  • 1) Beroep 2) Architect
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op bouwkundige:
stedenbouwkundigewegenbouwkundigemijnbouwkundigebosbouwkundige

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bouwkundige' of 'het bouwkundige'?
Het is 'de bouwkundige', want bouwkundige is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die bouwkundige'.
Wat is het meervoud van bouwkundige?
Het meervoud van bouwkundige is 'bouwkundigen'. Eén bouwkundige, twee bouwkundigen.
Wat betekent bouwkundige?
'iemand die bouwkunde heeft gestudeerd'
Hoe spel je bouwkundige?
bouwkundige spel je B O U W K U N D I G E

Op andere websites
Zoek bouwkundige in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bouwkundige op Google
Zoek bouwkundige op Woordenlijst.org
Zoek bouwkundige in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bouwkundige op Wikipedia