de bouwboer
zelfst.naamw. (m.)
| Verbuigingen: | bouwboeren |
| Verbuigingen: | bouwboertje |
boer die hoofdzakelijk de akkerbouw uitoefent Bron: WikiWoordenboek.
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bouwboer' of 'het bouwboer'?
Het is 'de bouwboer', want bouwboer is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die bouwboer'.
Wat betekent bouwboer?
'boer die hoofdzakelijk de akkerbouw uitoefent'
Hoe spel je bouwboer?
bouwboer spel je B O U W B O E R Op andere websites
Zoek bouwboer in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bouwboer op
Google
Zoek bouwboer op
Woordenlijst.org
Zoek bouwboer in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bouwboer op
Wikipedia