bonnet

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  bonnetten
Verbuigingen:  bonnetje

een soort muts
Voorbeeld:  `De bonnet van een kardinaal heeft vier opstaande randen.`


Bron: WikiWoordenboek.

16 definities op Encyclo
  1. Een extra zeil (mooiweerslap) om bij lichte wind boven het grootzeil bij te zetten. Werd m.n. gebruikt bij een spriettuig. Als er gereefd moest worden werd de bonnet afge...
  2. plaatselijke verhoging van een borstwering of traverse, met het doel extra dekking tegen waarneming en-of vuur te verschaffen; soms voorzien van schietsleuven; ook wel mu...
  3. Een dameshoedje met een brede rand dat onder de kin wordt vastgeknoopt.
  4. Plaatselijke verhoging van een borstwering of traverse, met het doel extra dekking tegen waarneming en-of vuur te verschaffen; soms voorzien van schietsleuven; ook wel mu...
  5. verlengstuk dat onder aan een zeil van een schip kon worden vastgeregen om dit bij zwakke wind groter oppervlak te geven ook: mooiweerslap .
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bonnet (in beenlade van B~)
  2. bonnet (muts)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 62% van de Nederlanders en 60% van de Vlamingen het woord `bonnet`.