de bonnefooi

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [bɔnə'foj]

op de bonnefooi  (zonder voorbereiding, op goed geluk) `op de bonnefooi op vakantie gaan`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Op de bonnefooi, d.w.z. in goed vertrouwen (lat. bona fide), op goed geluk; ontleend aan het fr. à la bonne foi. Bij Servilius, 165 vinden wi...
  2. 1) Op goed geluk
  3. Op de bonnefooi. Ontleend aan het Frans: à la bonne foi (Latijn: bona fide). In goed vertrouwen, op goed geluk.
  4. goed geluk Jaar van herkomst: 1863 (KKU )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bonnefooi (goed geluk)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 39% van de Vlamingen het woord `bonnefooi`.