Synoniemen
bult

boch als dialectwoord
nest / bed (Tegels)   vogelnestje (Tegels)   bocht (Epers)   onkruid (Opheusdens)   vieze drank (Betuws)   Bocht (Hierdens)  
Toon alle 18 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
• je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
• een bocht nemen (=van gedachten veranderen)
• door de bocht gaan (=toegeven)
• de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
Naar de spreekwoorden

Deze woorden beginnen met boch:
bochelbochelaarbocheligbochtbochtenwerkbochtig

Op andere websites
Zoek boch in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek boch op Google
Zoek boch op Woordenlijst.org
Zoek boch in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek boch op Wikipedia