blinderen

werkw.
Uitspraak:  [blɪn'derə(n)]
Vervoegingen:  blindeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geblindeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een blinddoek voordoen
Voorbeeld:  `geblindeerde gevangenen`

2) ondoorzichtig maken door iets erop te plakken of ervoor te zetten
Voorbeelden:  `autoruiten blinderen`,
`ramen en deuren in een huis blinderen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdekken

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik blindeerde, heb geblindeerd), (zeew.) blinden; een geblindeerd fregat; (vest.) geblindeerde...
  2. 1) Aan het gezicht onttrekken 2) Aan het zicht onttrekken 3) Afdekken 4) Het zien beletten 5) Kogelvrij maken 6) Onzichtbaar maken 7) Pantseren 8) Scherf- of bomvrij make...
  3. kogelvrij of onzichtbaar maken Jaar van herkomst: 1865 (KVW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
blinderen (kogelvrij of onzichtbaar maken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `blinderen`.