black-outen

werkw.
Afbreekpatroon:  'black - ou - ten
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  black-outte (verl.tijd )
Vervoegingen:  geblack-out (volt.deelw.)

even niets meer weten;
tijdelijke uitschakeling
Voorbeeld:  `na de val van zijn racefiets black-outte hij volledig`