bijschaven

werkw.
Uitspraak:  ['bɛisxavə(n)]
Vervoegingen:  schaafde bij (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bijgeschaafd (volt.deelw.)

(wat nog niet goed genoeg is) verbeteren
Voorbeelden:  `een presentatie nog wat bijschaven`,
`je talenkennis bijschaven`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bijwerken perfectioneren polijsten schaven