biggen

werkw.
Uitspraak:  ['bɪxə(n)]
Vervoegingen:  bigde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebigd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van een varken dat jongen krijgt) biggen werpen (2)
Voorbeeld:  `De zeug heeft net gebigd.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Jongen 2) Viggenen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met biggen:
biggenkruid

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `biggen`.