bewapenen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈwapənə(n)]
Vervoegingen:  bewapende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bewapend (volt.deelw.)

iemand of iets van wapens voorzien
Voorbeelden:  `bewapend met pijl en boog`,
`zich bewapenen tegen een inval`
zwaar bewapend  (met veel wapens)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
wapenen

Intensiveringen
Hoe kun je bewapenen krachtiger uitdrukken?
zwaar bewapend;

3 definities op Encyclo
  • • [ov] iemand van wapens voorzien • [refl] "zich ~": wapens uit hun opslag halen en gaan dragen
  • van een of meer wapens voorzien vb: we hebben de troepen bewapend zwaar bewapend zijn [veel wapens bij je hebben]
  • 1) Armeren 2) Uitrusten 3) Van wapens voorzien 4) Voor het gevecht uitrusten 5) Wapenen
  • Toon uitgebreidere definities