bewapenen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈwapənə(n)]
Vervoegingen:  bewapende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bewapend (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iemand of iets van wapens voorzien
Voorbeelden:  `bewapend met pijl en boog`,
`zich bewapenen tegen een inval`
zwaar bewapend  (met veel wapens)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
wapenen

Intensiveringen
Hoe kun je bewapenen krachtiger uitdrukken?
zwaar bewapend;

3 definities op Encyclo
  1. • [ov] iemand van wapens voorzien • [refl] "zich ~": wapens uit hun opslag halen en gaan dragen
  2. van een of meer wapens voorzien vb: we hebben de troepen bewapend zwaar bewapend zijn [veel wapens bij je hebben]
  3. 1) Armeren 2) Uitrusten 3) Van wapens voorzien 4) Voor het gevecht uitrusten 5) Wapenen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bewapenen` kennen.