I beschenken

werkw.
Verbuigingen:  beschonk
Verbuigingen:  beschonken

1) ''iemand beschenken met'': aan iemand een schenking doen toekomen
Voorbeeld:  `Keizer Alexander I van Rusland beschonk hem met het grootkruis van St. Andries`

2) enz.

3) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het beschenken in de tweede betekenis erin.`

4) van alcoholische drank voorzien
Voorbeeld:  `Men beschonk mij, ik werd beschonken, en daarna was de zaak snel beklonken.`


II beschenken

werkw.
Verbuigingen:  beschonk zich
Verbuigingen:  heeft zich beschonken

''zich beschenken'' zich dronken voeren
Voorbeeld:  `Want ik beschonk me met je zoete tranen, maar geen kroeg schenkt mij vannacht de drank.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
bedelen begiftigen

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bijvoegelijk naamwoord gelijkvloeiend (ik beschonk, heb beschonken), geschenken geven; - met; figuurlijk dronken maken. *...KING...
  2. 1) Bedelen 2) Begiftigen
Toon uitgebreidere definities