de berm

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɛrm]
Verbuigingen:  berm|en (meerv.)

strook grond met gras langs een weg, spoorbaan, sloot of dijk
Voorbeelden:  `Pas op, zachte berm!`,
`met je fiets in de berm belanden`,
`de berm maaien`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afgang dijkhelling glooiing helling talud vluchtstrook

18 definities op Encyclo
  • strook langs weg Jaar van herkomst: 1288 (CG I2, 1297 )
  • graskant langs weg of spoorbaan vb: hij kwam met de auto in de berm terecht
  • Smalle strook grond aan de voet van het buitentalud van een vestingwal, soms voorzien van een palissade of een doornenhaag; ook wel sluipwal.
  • Smalle strook grond aan de voet van het buitentalud van een vestingwal, soms voorzien van een palissade of een doornenhaag; ook wel sluipwal.
  • zie taffachelas.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met berm:
    bermbombermenbermlampenbermpjebermtoerismeBermudaanBermudaansBermudaanse

    Deze woorden eindigen op berm:
    middenberm

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    berm (grasstrook langs de weg)