belegeren

werkw.
Uitspraak:  [bəˈlexərə(n)]
Afbreekpatroon:  be·le·ge·ren
Vervoegingen:  belegerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft belegerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(een stad of vesting) insluiten met een leger
Voorbeelden:  `een belegerde stad`,
`belegerd worden`


Synoniemen
bestormen   insluiten   

4 definities op Encyclo
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Beleg, Belegeren, Belegeringskunst``] Zie Vestingoorlog
  • met een leger omsingelen vb: die filmster wordt voortdurend door de pers belegerd
  • 1) Insluiten 2) Vijandig omsluiten 3) Een stad insluiten 4) Bestormen 5) Belagen 6) Aan alle zijden omringen 7) Een beleg slaan 8) Ontmoeten 9) Het beleg voeren 10) Omsingelen
  • met een leger omsingelen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
belegeren

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van belegeren?
De verleden tijd van belegeren is 'belegerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft belegerd'.
Wat betekent belegeren?
'(een stad of vesting) insluiten met een leger'
Hoe spel je belegeren?
belegeren spel je B E L E G E R E N
Wat is een ander woord voor belegeren?
Andere woorden voor belegeren zijn bestormen en insluiten.

Op andere websites
Zoek belegeren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek belegeren op Google
Zoek belegeren op Woordenlijst.org
Zoek belegeren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek belegeren op Wikipedia