batchen

werkw.
Afbreekpatroon:  'bat - chen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  batchte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gebatcht (volt.deelw.)

samenvoegen;
groeperen
Voorbeelden:  `door kleine taken te batchen kun veel tijd besparen`,
`de productie van die dag werd gebatcht en als één pakket verzonden`